Zoek

Waarom dat wij trots mogen zijn op ons vak:

 

Mijn mooie baan

'Wat doe je voor de kost?'
Ik ben oncologieverpleegkundige. Ik verleen de zorg rondom alles wat met (long)kanker te maken heeft.' ‘Zo, dat is een heftige baan zeg! Knap dat je dat kunt’. ‘Ach knap, dat valt wel mee het is vooral een erg mooi beroep waar ik veel energie van krijg.' Ik zal de boel vooral niet opblazen en toegeven aan de zware kanten van mijn beroep want ik kan dat natuurlijk makkelijk aan. Kanker, de ziekte die ook mijn eigen moeder wegnam, raakt mensen diep in het hart. We vrezen ervoor. Maar ik kan en mag de zorg aan de oncologische patiënten leveren. En toch, als ik soms nadenk over wat ik in een korte tijd meemaak, kan ik niet anders dan bekennen dat het soms heus wel heftig is.

Ik denk terug aan mijn acute optreden van twee weken geleden waarbij één van mijn patiënten plotseling ernstig benauwd werd; dreigende respiratoire insufficiëntie, luidde de diagnose, oorzaak nog onbekend. Ik zag de angst in zijn ogen, de onrust, hij hapte als een vis op het droge naar lucht. Ik beloofde bij hem te blijven en alarmeerde mijn collega’s. Snel moest hij beademd gaan worden, dat was duidelijk want hij putte uit. Terwijl we hem aan het intuberen waren kreeg hij een hartstilstand. Meteen startten we de reanimatie. Daar stond ik dan, hartmassages te geven. We oefenen het jaarlijks, maar dan op een pop. In de trance waarin ik zat, realiseerde ik me dat dit toch echt geen pop was, maar dat ik op dat moment samen met mijn collega zijn bloedcirculatie letterlijk overnam. Steeds dacht ik: Diep genoeg Fleur, diep genoeg. Dat moest ik onthouden vanuit de trainingen. Ik moest zijn bloed het hele lichaam rondpompen. De wereld om me heen was op dat moment ver weg, ik was 100% gefocust op de effectieve hartmassages die ik hem geven moest. Topsport kan ik je wel vertellen, maar na 3 minuten die wel 3x zo lang leken te duren, had hij wel weer eigen output. We hadden hem gered! Snel brachten we hem naar de IC. Nog ontredderd van wat er zojuist gebeurd was en nog vol adrenaline vervolgde ik mijn dienst. Ik hielp de dame die niet begreep waarom het zo lang duurde voordat ik naar haar toe kwam. Ze had toch allang gebeld! Ik bleef beleefd en dacht alleen maar: sorry mevrouw dat u even moest wachten, ik stond zojuist iemands leven te redden. Toch bied ik haar mijn excuses aan. Zij heeft geen boodschap aan de reanimatie van zojuist en wil gewoon geholpen worden.

Een dag daarna dien ik chemotherapie toe en al die lieve mensen, die geheel onvrijwillig geconfronteerd zijn met kanker, in de hoop ze hiermee beter te maken of ze in ieder geval meer tijd te geven. Kanker, het gevecht is soms zo in de ogen van patiënten te zien. In iedere patiënt bevindt zich een eigen strijd tegen kanker, ieder op zijn of haar manier. Ik zie mensen voorbij komen die soms jonger zijn dan ik. Ik moet nog altijd wennen de te jonge geboortedata en realiseer me dan dat kanker geen rekening houdt met leeftijd, hoe gezond je wel of niet geleefd hebt en hoe goed of kwaad je geweest bent. De liefste opa's of oma's, de liefste vaders of moeders, de liefste echtgenoot(e), de mooiste kinderen van...ik zie ze allemaal en geef ze de liefdevolle zorg die zij nodig hebben tot aan het moment van overlijden. Wanneer iemand zijn ogen sluit, zijn laatste adem uitblaast en ik de familie bijsta en condoleer, weet ik dat diezelfde kamer te snel weer gevuld zal zijn met de volgende vechter tegen kanker.

Tijdens mijn nachtdiensten sprak ik met de bewaking die 24/7 met twee man sterk aanwezig was. Jawel, van justitie, gewapend en al. Zij vonden mijn baan indrukwekkend, ik hun baan wanneer ze in actie moeten komen. Een gedetineerde man lag op de afdeling. Ik weet niet wat hij gedaan heeft, dat mogen ze niet zeggen. Ik zag alleen maar een sterk vermagerde man vol tatoeages waarvan ik weet dat zijn ziekte de tijd die hij nog zitten moet, zal inhalen. Een crimineel in de meest kwetsbare vorm, verzwakt, hij kan vrij weinig meer. Wanneer ik hem in zijn ogen kijk denk ik: wat heb jij op je kerfstok? Was dit de blik die je in je ogen had toen je iemand vermoordde? Of hoeveel vrouwen heb je verkracht? Je weet het niet en hoort alleen maar van de bewaking dat je vooral niet wil weten wat hij gedaan heeft. En ik moet het loslaten want hij ligt hier nu omdat hij dood gaat, ook hij. Kanker houdt geen rekening met goed of kwaad.

Er wordt een nieuwe mevrouw aangemeld die via de spoed opgenomen wordt. Ik ken haar, afgelopen week nog heb ik haar voorlichting gegeven over de chemotherapie. Ze herkennen me meteen. Eindelijk een bekend gezicht nadat ze 5x hetzelfde verhaal hebben moeten vertellen in de uren voorafgaand aan deze opname. Deze lieve vrouw hoest enorm veel bloed op. Kanker die geen rekening houdt met anatomische grenzen, groeit overal doorheen en kan ook bloedvaten aanvreten. Ze is al veel bloed verloren. Haar Hb is in een week tijd met drie punten gedaald. Iedere keer wanneer ze hoest komt er een aanzienlijke hoeveelheid helderrood bloed mee. We geven haar extra zakjes bloed en medicijnen om het bloeden te stoppen. We weten allemaal dat als ze ondanks dat toch een massale longbloeding krijgt, dat onmogelijk te stoppen is. Dat gaat heel snel. We kunnen enkel haar hand vasthouden en hopen dat het snel over is. Hopen dat ze haar bewustzijn verliest, er niets meer van meekrijgt en zal overlijden. Daarna zullen we het vele bloed moeten gaan ruimen zodat ze enigszins toonbaar is voor haar familie die zo van haar houdt. Ik glimlach vriendelijk naar haar, hoop dat ze kan slapen en haar dit scenario bespaard zal blijven. Die horrorfilm gun je niemand, ik heb hem helaas al twee keer gezien.

Blij ben ik ook wanneer ik na een poli of werkdag op de afdeling met veelal slecht-nieuwsgesprekken, patiënten zie waarmee het goed gaat. Daar doe je het voor! Gelukkig zijn ze er ook! Dankbare familie, een blijde patiënt die al van verre roept: 'Hey Fleurtje, ik heb je gemist!' Na elke unieke dag waarop ik naar huis rijd, trekt mijn werkdag nog altijd even aan mij voorbij. Maar steeds weer denk ik: ja, ik heb een mooie baan! Heftig? Ja, soms toch wel, maar ik zou het voor geen goud willen missen!

Fleur Kloosterman
Long en oncologieverpleegkundige
Albert Schweitzerziekenhuis Dordrecht 

Schermafbeelding...