Zoek

NHG ontraadt cannabis als pijnstiller

Het Nederlands Huisartsen Genootschap adviseert huisartsen medicinale wiet niet langer voor te schrijven voor pijnvermindering of verbetering van levenskwaliteit. Het genootschap stelt dat er te weinig wetenschappelijk bewijs is dat cannabis werkt als pijnstiller.

Een behandeling met cannabis is alleen te overwegen bij patiënten in de palliatieve fase, die niet uitkomen met gangbare behandeling tegen pijn- en andere klachten, aldus het NHG. Wanneer patiënten ook in de tweede lijn behandeld worden, stemt de huisarts cannabisprescriptie af met de behandelend specialist.

Omdat patiënten steeds vaker huisartsen vragen naar cannabis, en het gebruik ervan sterk toeneemt, besloot het NHG een Standpunt Cannabis te ontwikkelen en een aanbeveling in de Standaard Pijn op te nemen.

Voorts neemt het opioïdengebruik toe. Reden om ook op dat punt de NHG-Standaard Pijn aan te passen, met nieuwe aanbevelingen om onnodig gebruik te voorkomen.

Cannabis via een coffeeshop en cannabisolie via een drogist of reformzaak raadt het NHG af, omdat de samenstelling en kwaliteit daarvan niet gegarandeerd zijn, terwijl er wel bijwerkingen en vergiftigingen bekend zijn. CBD-olie van gegarandeerde samenstelling en kwaliteit als zelfzorgmiddel is via een apotheek beschikbaar.

Overigens vindt de branchevereniging van apothekers het NHG-advies ‘te ver’ gaan. Ze heeft onder meer aan NOS laten weten: ‘Er is wel degelijk onderzoek gedaan naar de pijnstillende werking van cannabis en die resultaten zijn veel positiever dan het NHG nu schetst’, zegt apotheker Paul Lebbink namens de KNMP, die evenwel benadrukt dat er nog onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing is.

Ook apotheker Lebbink zegt te merken dat huisartsen worstelen met het toenemend gebruik. ‘Ik word iedere week wel drie of vier keer gevraagd om huisartsen uitleg te geven, omdat ze vinden dat ze te weinig afweten van mediwiet.’ Lebbink vindt het gek dat het NHG schrijft dat de mediwiet te veel bijwerkingen, zoals sufheid, geeft. De bijeffecten zijn volgens hem juist gering als je het vergelijkt met sommige alternatieven die patiënten als eerste optie krijgen aangeboden.

 

bron